Ton de Leeuw - Cinq Hymnes (1987/88)


I. O mon Coeur

O mon coeur, L'Esprit suprême,
le Maître tout puissant
est près de toi: réveille toi!
Jette toi aux pieds du Bien Aimé;
car ton Seigneur se tient
tout près de toi.

Tu as dormi pendant des siècles innombrables;
ce matin ne veux tu pas te réveiller?
O mon coeur etc.

II. Regarde

O frère, regarde,
le Seigneur est dans ce vase,
qu'est mon corps.
Les ombres du soir
tombent épaisses et profondes.
Ouvre ta fenêtre au couchant
et perds toi dans le ciel de l'amour.

III. Le son des cloches invisibles

Là, le son des cloches invisibles se fait entendre.
Jour et nuit le choeur musical remplit les cieux.
Là, tout l'espace est radiant de lumière,
tout le ciel s'emplit d'une musique mystérieuse.
La mélodie de l'amour monte toujours plus haut.

IV. Silence

Kabir dit:
Toutes choses sont créées par Dieu.

L'amour est Son corps.
Sa forme est infinie et insondable.
Il est le souffle, la parole, la pensée.
Il est l'Etre pur.
Il est le soleil, la lumière.
Il est immergé dans toute conscience,
dans toute joie, dans toute douleur.
Apaise ton âme
et contemple cette splendeur en silence.

V. La source de toute musique

O ami, le corps est Sa lyre.
Il tend ses cordes et fait
résonner la mélodie de l'Infini.

Il est la Source de toute musique.
Écoute les tambours de l'Éternité.

J'entends la mélodie de Sa flûte
et je ne suis plus maître de moi.

Des chants d'amour emplissent
de musique les jours et les nuits.

La vie et la mort
dansent au rythme de Sa danse.
Les monts et la terre
dansent au rythme de Sa danse.

Au milieu d'éclats et de rire
et de sanglots l'humanité danse.

[ Kabir]


I. O, mijn hart

O, mijn hart, de allerhoogste Geest,
de almachtige Meester is bij je:
ontwaak!
Werp je aan de voeten van de
Welbeminde; want je Heer staat
vlak bij je.

Ontelbare eeuwen lang sliep je;
wil je deze ochtend niet ontwaken?
O, mijn hart etc.

II. Zie

O, mijn broeder, zie,
de Heer is in deze vaas,
wat mijn lichaam is.
Dicht en donker valt
het avondduister.
Open je raam voor de ondergaande zon
om op te gaan in de hemelse liefde.

III. De klank van de onzichtbare klokken

Hoor, onzichtbare klokken, die luiden.
Dag en nacht zijn de hemelen zwanger van koormuziek.
Zie, de ruimte is één stralend licht,
de hemel is een en al mysterieuze muziek.
Alsmaar zwelt het lied van de liefde aan.

IV. Stilte

Kabir zegt:
Alles is door God geschapen.

Zijn lichaam is de liefde.
Oneindig en ondoorgrondelijk van vorm.
Hij is de adem, het woord,de gedachte.
Hij is het zuivere Zijn.
Hij is de zon, het licht.
Hij is in elk geweten,in elke vreugde,
in elke smart onzichtbaar daar.
Kom tot rust
en aanschouw in stilte deze pracht.

V. De bron van alle muziek

O vriend, jouw lichaam is Zijn lier.
Het spant zijn snaren en laat
de melodie van de Oneindige weer
klinken.
Hij is de Bron van alle muziek.
Luister naar de trommelslagen van
de eeuwigheid.
Hoor ik de melodie van Zijn fluit,
dan ben ik geen meester meer
over mijzelf.
Liefdesgezangen vullen de dagen
en de nachten met muziek.

Het leven en de dood dansen
op het ritme van Zijn dans.
De bergen en de aarde dansen
op het ritme van Zijn dans.

Onder geschater en gelach
en onder tranen danst de mensheid.

[Ton Rooijmans]