Ralph Vaughan Williams - In Windsor Forest II


II Drinking song

Back and side go bare, go bare,
Both foot and hand go cold;
But, belly, God send thee good ale enough,
Whether it be new or old.
- Jolly good ale and old.
I cannot eat but little meat,
My stomach is not good;
But sure I think that I can drink
With him that wears a hood.
Though I go bare, take ye no care,
I am nothing acold;
I stuff my skin so full within
Of jolly good ale and old.
I love no roast but a nutbrown toast,
And a crab laid in the fire,
A little bread shall do me stead,
Much bread I no desire.
No frost nor snow, no wind I trow,
Can hurt me if I would,
I am so wrapt, and throughly lapt
Of jolly good ale and old.
Back and side ...etc.
And Tib my wife, that as her life
Loveth well good ale to seek,
Full oft drinks she, till ye may see
The tears run down her cheek.
Then doth she trowl to me the bowl,
Ev'n as a maltworm should;
And saith 'sweetheart, I've take my part
Of this jolly good ale and old.'
Now let them drink, till they nod and wink,
Even as good fellows should do;
They shall not miss to have the bliss
Good ale doth bring men to.
And all poor souls that have scoured black bowls,
Or have them lustily trowled,
God, save the lives of them and their wives
Whether they be young or old.
Back and side ...etc.

[John Still]


II Drinklied

'k Heb nauwelijks kleren aan m'n lijf
Een schoen voor voet noch hand;
Maar m'n buik, God, als die het bier maar krijgt,
Jong of oud, 't is m'al plezant.
- Lekker koel bier plezant.
Ik kan maar weinig vlees meer aan,
Mijn maag is niet zo best;
Maar komt het op het drinken aan
Doorsta ik elke test.
Al zijn m'n veren dun, 'k ben heus
Geen koele kikker, want
Mijn lijf staat stijf en gans pompeus
Van lekker koel bier plezant.
Voor mij geen gebraad, maar een bruin traktaat,
En een krab in het vuur gegaard,
Een sneetje brood is voor mij al groot,
Veel brood blijve mij bespaard.
Geen vorst noch sneeuw, geen wind voorwaar
Deert mij, 'k heb het in de hand,
Maar ik raak vervoerd en diep ontroerd
door lekker koel bier plezant.
'k Heb ...etc.
Isabel mijn vrouw, die ook wel houdt
Van een goed glas bier, allang,
Die drinkt zo straf, dat de tranen af
En toe rollen over haar wang.
Dan reikt ze mij de beker aan,
Zoals drinkers doen in dit land;
En zegt 'mijn schat, 'k heb zat gehad
Van lekker koel bier plezant.'
Laat elk z'n bier, tot hij knikt en schier
In slaap valt met z'n maats;
Hij die 't waardeert en het niet ontbeert
Geeft het bier een ereplaats.
En aan iedereen met een pul van steen:
Laat 'm gaan van hand tot hand;
Dat God hen spaar' en hun vrouw bewaar'
Jong of oud, 't is voor elk plezant.
'k Heb ...etc.

[Rein de Vries]