Benjamin Britten - Five flower songs IV


The evening primrose

When once the sun sinks in the west,
And dew-drops pearl the evening's breast;
Almost as pale as moonbeams are,
Or its companionable star,
The evening primrose opes anew
Its delicate blossoms to the dew
And hermit-like, shunning the light,
Wastes its fair bloom upon the night;
Who, blindfold to its fond caresses,
Knows not the beauty he possesses.
Thus it blooms on while night is by.
When day looks out with open eye,
'Bashed at the gaze it cannot shun,
It faints and withers and is gone.

[John Clare]


De teunisbloem

Als eenmaal de zon weer ter kimme neigt,
En de avond een paarlen dauwketting rijgt;
Dan, schier zo bleek als maneschijn,
Of begeleidend sterrenlicht kan zijn,
Toont de teunisbloem haar bloesem weer,
Geopend aan de dauw zo teer;
En schuw als een heremiet voor licht,
Houdt ze haar bloem tot de nacht gericht;
Die als geblinddoekt voor haar tederheid,
Onwetend van haar schoonheid blijft;
Zo bloeit ze maar voort tijdens de nacht;
En als de dag weer kijkt met volle kracht,
Verbleekt ze, ze kan hem niet ontgaan,
Die blik, ze verwelkt en is vergaan.

[Rein de Vries]