Ralph Vaughan Williams - In Windsor Forest III


III Falstaff and the fairies

Round about in a fair ring-a,
Thus we dance and thus we sing-a,
Trip and go, to and fro, over this green-a
All about, in and out over this green-a.
Fairies black, grey, green and white
You moonshine revellers and shades of night,
You orphan heirs of fixed destiny,
Attend your office and your quality.
But till 't is one o' clock,
Our dance of custom round about the oak
Of Herne the hunter let us not forget.
Lock hand in hand, yourselves in order set,
And twenty glowworms shall our lanterns be
to guide our measure round about the tree.
But stay! I smell a man of middle earth.
Vile worm, thou wast o'erlooked even in thy birth.
Corrupt, corrupt and tainted with desire!
A trial, come, come, will this wood take fire?
About him, fairies, sing a scornful rhyme;
And, as you sing, pinch him to your time.
Pinch him pinch him black and blue,
Saucy mortals must not view
What the Queen of stars is doing,
Nor pry into our fairy wooing.
Pinch him blue, and pinch him black
Let him not lack, let him not lack
Sharp nails to pinch him blue and red
Till sleep has rocked his addle head,
Pinch him fairies, mutually,
Pinch him for his villainy.
Pinch him and burn him and turn him about,
Till candles and starlight and moonshine be out.

[William Shakespeare, Ravenscroft, Lyly]


III Falstaff en de feeŽn

Dans in 't rond een rondedans,
Zing daarbij in dans-cadans,
Stap nu in, stap nu uit, op deze weide
Nu met z'n allen in en uit op deze weide.
FeeŽn, zwart, grijs, groen en wit,
De nachtschim die de maan aanbidt,
Verweesde erfgenamen van een vast lot,
Jullie taken komen nu aan bod.
Maar tot de klok van ťťn,
Vergeet niet onze rondedans, vereen
Rondom de eik van jager Herne tezaam.
Sla hand in hand, ga op je plaatsen staan,
En een twintigtal glimwormen licht ons bij,
Dans rond de boom nu onze rei.
Maar wacht! Ik ruik een aardse man.
Miserabele worm, jij misbaksel en charlatan
Corrupt, corrupt en door de lust bevlekt!
Een vuurproef, kom, kom, brandt dit hout direct?
Kom hierheen, feeŽn, minacht hem in je lied;
En als je dat doet, vergeet het knijpen niet.
Knijp hem, knijp hem bont en blauw,
Dat die ellendeling niet aanschouw'
Wat de sterrenkoningin gaat maken,
Noch zich bemoei' met feeŽnzaken.
Knijp hem bont, en knijp hem blauw
Knijp hem nu gauw, knijp hem nu gauw
Knijp hem met scherpe nagels rood
Tot slaap dit warhoofd wiegt halfdood,
Knijp hem, feeŽn, toegewijd,
Knijp hem om zijn boosaardigheid.
Knijp hem en brand hem en rol hem in 't rond,
Tot duisternis kaars, maan en sterren verslond.

[Rein de Vries]