Benjamin Britten - Five flower songs V


The ballad of green broom

There was an old man lived out in the wood,
And his trade was a-cutting of broom, green broom,
He had but one son without thought without good
Who lay in his bed till _t was noon, bright noon.
The old man awoke one morning and spoke,
He swore he would fire the room, that room,
If his John would not rise and open his eyes,
And away to the wood to cut broom, green broom.
So Johnny arose and slipp'd on his clothes
And away to the wood to cut broom, green broom,
He sharpen'd his knives, and for once he contrives
To cut a great bundle of broom, green broom.
When Johhny pass'd under a Lady's fine house,
Pass'd under a Lady's fine room, fine room,
She call'd to her maid: "Go fetch me," she said,
"Go fetch me the boy that sells broom, green broom!"
When Johnny came into the Lady's fine house,
And stood in the Lady's fine room, fine room,
"Young Johnny" she said, "Will you give up your trade
And marry a lady in bloom, full bloom?"
Johnny gave his consent, and to church they both went,
And he wedded the Lady in bloom, full bloom;
At market and fair, all folks do declare,
There's none like the Boy that sold broom, green broom.

[ anon.]


De ballade van groene brem

Er was eens een grijsaard, die woond' in het bos,
Zijn stiel was het snijden van brem, groene brem,
En zoon had hij slechts, zonder lust of fatsoen,
Die bleef in z'n bed tot de noen zonder rem,
De oude ontwaakt' op een ochtend en sprak,
Ik zweer k steek de brand in die kamer van hem,
Als Jan nu niet gauw uit z'n bed komt en gaat,
Naar t bos om te snijden van brem, groene brem.
Dus kwam Jan eruit en hij kleedde zich aan
En ging naar het bos voor de brem, groene brem,
Hij wette zijn mes en het lukte zowaar
Hij sneed er een grote bos brem, groene brem.
Hij kwam langs een deftig en statig gebouw,
Bewoond door een dame, wier oog viel op hem,
Zij sprak tot haar meid: "Ga toch halen die vent,
Toe breng me die jongen met brem, groene brem!"
Toen Jan bij de dame naar binnen ging,
Sprak zij in haar kamer met passie tot hem,
"Mijn Jan," zo sprak zij, "Zet je handwerk opzij
En trouw met de vrouw die voor jou is bestemd!"
Jan stemde toe, ging ter kerk' aan haar zij,
En trouwde de dame met passie voor hem;
Op de markt en de kermis zingt iedereen luid,
Er is geen als de jongen met brem, groene brem.

[Rein de Vries]