Johannes H.E. Koch - Tanz, Mädchen, tanz!


Tanz, Mädchen, tanz!
Die Schuhe sind noch ganz.
Laß dich’s nicht gereuen,
Der Schuster macht dir neue.

Gretele, willst tanzen?
„O jerum, jo!
Um das bissel Tanzen bin ich jo do!“
Urschele, willst tanzen?
„O jerum, nein!
Um das bissel Tanzen bleib ich lieber daheim!“
Tanz, Mädchen, tanz! ...

Ich hab die Ros’ an meinem Fuß,
das macht, daß ich allzeit tanzen muß,
tanzen, wiederum tanzen muß.
O weh, mein Fuß,
wenn ich arbeiten muß.
Tut mir mein Fuß nicht weh,
wenn ich zum Tanzen geh.
Tanz, Mädchen, tanz! ...

O Mutter, i ka nid spinne,
der Finger tut mir weh.
Der Gyger spannet d’Saite
u tanzen möcht i geh!
Tanz, Mädchen, tanz! ...

[ (volksliedjes)]


Dans, meisje, dans!
Nog zijn je schoenen gans
Maak je geen zorgen al gaan ze ook stuk
de schoenmaker brengt je wel weer geluk

Greetje, wil je dansen?
“O jippie yes!
Met een beetje dansen dan ben ik op m‘n best!”
Ursula, wil je dansen?
“O jeutje neu!
Zo‘n beetje dansen, daar ga ik niet voor meu!”
Dans, meisje, dans! ...

Ik heb de roos aan mijn voet,
dat maakt dat ik de hele tijd dansen moet,
dansen, steeds weer dansen moet.
O wee, mijn voet,
als ik werken moet.
Mijn voet doet niet zeer
als ik ga dansen weer.
Dans, meisje, dans! ...

O moeder, ik ken nie spinne,
mijn vinger doet zo zeer.
De violist spant de snaar,
en dansen wil ik weer!
Dans, meisje, dans! ...

[Rein de Vries]