Andries Pevernage - Louange d'Anvers


Louange d'Anvers

Clio, chantons disertement la gloire
Et le beau los de la ville d’Anvers,
Faisons son los au temple de memoire,
Vivr’à jamais par l’ardeur de mes vers.
Du peupl’aussi et de la Republique,
Chantons l’honneur, et du noble Senat,
Tant moderé, tant sag’et magnifique,
Qu’il faict beau veoir si prudent Magistrat.
Chantons aussi l’honneur des belles dames,
Tant richement ornées de douceur,
Et de beautez tant des corps que des ames,
Qu’on ne leur peut donner assez d’honneur.

[Jan van der Noot]


Lof van Antwerpen

Clio, laat ons welbespraakt eer brengen
en lof toezwaaien aan de stad Antwerpen,
Laat onze lof in een tempel van onsterfelijkheid,
eeuwig voortleven door het vuur van mijn verzen.
Ook tot het volk en tot de republiek,
zingen wij eer, en tot de nobele senaat,
zo ingetogen, zo wijs en luisterrijk,
Dat dat de wijze magistraat goed uit mag laten komen.
Laat ons ook de eer bezingen van de schone dames,
Zo rijkelijk getooid met zachtheid,
en met schoonheid van zowel lichaam als geest,
Waarvoor men ze niet teveel eer kan toezwaaien.

[Rein de Vries]