Francis Poulenc - Sept chansons VII


Luire

Terre irréprochablement cultivée,
Miel d'aube, soleil en fleurs,
Coureur tenant par un fil au dormeur.
(Noeud par intelligences)
Et le jetant sur son épaule:
'Il n'a jamais été plus neuf,
Il n'a jamais été si lourd.'
Il sera plus léger,
Usure,
Utile.
Clair soleil d'été avec,
Sa chaleur, sa douceur, sa tranquillité.
Et, vite,
Les porteurs de fleurs en l'air touchent de la terre.
Terre irréprochablement cultivée,
Miel d'aube, soleil en fleurs,
Coureur tenant par un fil au dormeur.
Clair soleil d'été.

[Paul Éluard]


Schitteren

Onberispelijk bebouwd land
Honing van de dageraad, bloeiende zon,
Bode, die nog met een draad aan de slaper hangt.
(Bond van wederzijds begrip)
Tilt de zon op zijn schouders:
'Hij is nog nooit zo nieuw geweest,
Hij is nog nooit zo zwaar geweest.'
Straks zal hij lichter zijn,
Slijtage,
Nuttig.
Heldere zomerzon met,
Zijn warmte, zijn mildheid, zijn rust.
En, snel,
zijn de bloemdragers in de lucht verwant met de aarde.
Onberispelijk bebouwd land
Honing van de dageraad, bloeiende zon,
Bode, die nog met een draad aan de slaper hangt.
Heldere zomerzon.

[Rein de Vries]