Benjamin Britten - Five flower songs III


Marsh flowers

Here the strong mallow strikes her slimy root,
Here the dull night-shade hangs her deadly fruit;
On hills of dust the henbane's faded green,
And pencill'd flower of sickly scent is seen;
Here on its wiry stem, in rigid bloom,
Grows the salt lavender that lacks perfume.
At the wall's base the fiery nettle springs,
With fruit globose and fierce with poison'd stings;
In every chink delights the fern to grow,
With glossy leaf and tawny bloom below:
The few dull flowers that o'er the place are spread
Partake the nature of their fenny bed.
These, with our sea-weeds, rolling up and down,
Form the contracted Flora of our town.

[George Crabbe]


Moerasbloemen

Hier slaat de sterke malve haar slijmerige wortels uit.
Hier hangt aan de doffe nachtschade het dodelijke fruit;
Op hopen vuil groeit gepenseeld met groene kleur
De bloem van het bilzekruid met ziekelijke geur.
Hier groeit met starre bloei op taaie steel verweerd
De zilte zeelavendel, die elke geur ontbeert.
De vurige netel springt op langs stenen wanden
Met bolle vrucht en giftig brandende tanden.
De varen wil in iedere spleet wel groeien
Met glanzend blad waaronder tanige bloesems bloeien;
De weinige saaie bloemen die hier verspreid staan
Nemen de moerassige aard van de bodem aan.
Met het zeewier, dat op en neer rolt, samengevat
Vormen deze de flora van onze stad.

[Rein de Vries]