Francis Poulenc - Un soir de neige


I.

De grandes cuillers de neige
ramassent nos pieds glacés
Et d'une dure parole
Nous heurtons l'hiver têtu
Chaque arbre a sa place en l'air
Chaque roc son poids sur terre
Chaque ruisseau son eau vive
Nous nous n'avons pas de feu

II.

La bonne neige le ciel noir
Les branches mortes la détresse
De la forêt pleine de pièges
Honte à la bète pourchassée
La fuite en flèche dans le coeur

Les traces d'une proie atroce
Hardi au loup et c'est toujours
le plus beau loup et c'est toujours
Le dernier vivant que menace
La masse absolue de la mort

La bonne neige etc.

III.

Bois meurtri bois perdu
d'un voyage en hiver
Navire où la neige prend pied
Bois d'asile bois mort
où sans espoir je rêve
De la mer aux miroirs crevés
Un grand moment d'eau froide
a saisi les noyés
La foule de mon corps en souffre
je m'affaiblis je me disperse
j'avoue ma vie j'avoue ma mort
j'avoue autrui

Bois meurtri bois perdu
Bois d'asile bois mort

IV.

La nuit le froid la solitude
On m'enferma soigneusement
Mais les branches cherchaient
leur voie dans la prison
autour de moi l'herbe trouva le ciel
On verrouilla le ciel
ma prison s'écroula
Le froid vivant le froid brûlant
m'eut bien en main

[Paul Éluard]


I.

Grote klonten sneeuw
vergaren onze ijzige voeten
En met een hard woord
stoten wij op de koppige winter
Elke boom heeft zijn plaats onder de hemel
Elke rots zijn gewicht op aarde
Elke beek zijn stromend water
Wij, wij hebben geen vuur

II.

De heerlijke sneeuw de zwarte hemel
De dode takken de verlatenheid
Van het woud vol valstrikken
Schande zij het opgejaagde dier
De vlucht als een pijl in het hart

De sporen van een wrede prooi
Vooruit wolf en het is altijd
De mooiste wolf en het is altijd
De laatst levende die bedreigd wordt
Door de absolute massa van de dood.

De heerlijke sneeuw ...etc.

III.

Gekwetst bos verloren bos
van een reis door de winter
Schip waar de sneeuw vaste grond krijgt
Bos van toevlucht dood bos
waar ik droom zonder hoop
Van de zee met de gebarsten spiegels
Een groot ogenblik van koud water
heeft de drenkelingen bevangen
De massa van mijn lichaam lijdt eronder
ik bezwijk ik raak verstrooid
ik erken mijn leven ik erken mijn dood
ik erken de anderen

Gekwetst bos verloren bos
bos van toevlucht dood bos

IV.

De nacht de koude de eenzaamheid
Ik ben zorgvuldig opgesloten
Maar de takken zochten
hun weg in de gevangenis
om mij heen vond het gras de hemel
Men vergrendelde de hemel
mijn gevangenis stortte in
De levendige kou de vurige kou
had mij stevig in de greep

[Ton Rooijmans]