Giuseppe Verdi - Laudi alla Vergine Maria


Vergine madre, figlia del tuo Figlio,
umile ed alta più che creatura,
termine fisso d’eterno consiglio,
tu sei colei che l’umana natura
nobilitasti sì che’l suo Fattore
non disdegnò di farsi sua fattura.
Nel ventre tuo si raccese l’amore,
per lo cui caldo nell’ eterna pace
così è germinato questo fiore.
Qui se’ a noi meridiana face
di caritate, e giu so, in trai mortali,
sei di speranza fontana vivace.
Donna, sei tanto grande e tanto vali,
che qual vuol grazia, ed a te non ricorre,
sua disianza vuol volar senz’ ali.
La tua benignità non pur soccorre
a chi dimanda, ma molte fiate
liberamente al dimandar precorre.
In te misericordia, in te pietate,
in te magnificenza, in te s’aduna,
quantunque in creatura è di bontate.
Ave. Ave.

[Dante Alighieri]


Moeder-maagd, dochter van uw Zoon,
nederiger en hoger dan elk schepsel,
vast baken van de eeuwige raad,
Zodanig hebt Gij de menselijke natuur
geadeld, dat haar Schepper U uitkoos
om zelf Zijn Schepster te zijn.
In Uw schoot werd de liefdesgloed ontstoken,
in welks warmte in eeuwige vrede
deze bloem zo ontkiemde.
Hier zijt Gij voor ons een lichtend vuur
van liefde, en daar beneden onder de stervelingen
zijt Gij de levende fontein van de hoop.
Vrouwe, Gij zijt zo groot en zo waardevol,
dat wie genade zoekt niet tot U hoeft te komen,
zijn noden zouden vleugelloos vliegen.
Niet alleen geeft Uw zegen hulp
aan hem die erom vraagt, maar is hij zelf
vaak de vraag al vooruitgesneld.
In U is mededogen, in U is erbarmen,
In U is pracht, in U verenigt zich
alles wat er aan goedheid is in schepselen.
Gegroet, Gegroet.

[Rein de Vries]